Stellingen > Grootouders hebben ook recht op omgang

Sinds de wetswijziging van 1 maart 2009 zijn de criteria om omgang tussen kinderen en anderen die in een nauwe persoonlijke betrekking tot de kinderen te ontzeggen sterk aangescherpt en gelijkgesteld aan die van ouders. Je zou verwachten dat het aantal grootouders die zich met succes op dit recht beroepen sterk zou zijn gestegen. In de jurisprudentie zie ik hier echter niets van. Waar blijven de grootouders?

november 12, 2010 | Registered CommenterSanka

Als al die grootouders dat niet weten zullen ze er ook geen beroep op doen. Er moeten veel grootouders zijn die hun kleinkinderen niet meer mogen zien. Er zou dus meer bekendheid aan moeten worden gegeven. Overigens kan het in de praktijk wel voor situaties zorgen die heel erg ingewikkeld worden. Vaak zijn de families toch in "kampen" verdeeld, en gaan de kinderen dus (in de visie van een van de ouders) naar het "vijandige kamp". Als die kampen er niet waren zouden de grootouders immers ook niet naar de rechter hoeven te stappen......

november 13, 2010 | Unregistered CommenterCorinne de Bie

Een psychische basisbehoefte van een kind blijkt te zijn (meer uit de ervaring vanuit de adoptiewereld herkend) zijn beide (of alle 4) ouders te kennen. (TV-programma's zoals Vermist of Opsporing Verzocht geven er ook blijk van).
Wanneer er twee kampen zijn na scheiding, is dat een bedreiging voor het loyaliteitsgevoel van het kind. Prof. Benedicte GOUDARD, 2008, Thesis (Universiteit Claude Bernard Lyon) schreef dat dit (al is het op cellulair niveau in de hersenen) te vergelijken is met het toebrengen van 'ernstig lichamelijk letsel'.
Het zou een kinderbeschermingsmaatregel moeten zijn de saboterende partij die de omgang belemmert te verplichten een opvoedingscursus te laten volgen, de eigen psychische frustraties te laten behandelen, of het kind bij de andere ouder te laten plaatsen.
Zo kan het kind contact houden met al de geliefde familieleden. Ja, al is dit een tijd van individualisatie waarin familiebanden in het westers gezin minder belangrijk lijken; voor de psyche van het kind mag het vermijden van enig loyaliteitsconflict de boventoon voeren --- het long-term-belang van het kind.
Immers dit merkt men het meest wanneer het kind in de adolescentie komt en 't heeft gevolgen in het verdere leven.
BJZ zal dit moeilijk herkennen wegens gebrek aan specialisatie; het is een jGGZ-kwestie!

november 20, 2010 | Unregistered CommenterTj. Strubbe